direct naar inhoud van 5.5 Watertoets
Plan: Zuidelijke Structuurweg
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0209.BPzstructuurweg-vadf

5.5 Watertoets

5.5.1 Proces en beleid

De Watertoets is een procesinstrument waarmee dient te worden bereikt dat de waterbeheerder vroegtijdig wordt betrokken in de ruimtelijke planvorming. Hierdoor kan invulling gegeven worden aan de beleidsdoelstellingen in het plangebied en het water de ruimte geven worden die het nodig heeft. Ten behoeve van het plan is er een overleg geweest op 29 mei 2008 met het waterschap Rivierenland en gemeente Beuningen ten aanzien van de uitgangspunten/randvoorwaarden voor de toekomstige situatie.

De vier thema's van waterschap Rivierenland, in het kader van de Watertoets zijn:

  • Waterneutraal inrichten:
    • 1. Waterbergingscompensatie: verlies aan waterberging dient gecompenseerd te worden.
    • 2. Toename verhard oppervlak dient gecompenseerd te worden binnen de plangrens of door middel van de waterbergingsbank. ...
  • Schoon inrichten: voorkom negatieve effecten op waterkwaliteit en zorg voor natuurvriendelijke oevers.
  • Veilig inrichten: waterkeringen met voldoende veiligheid.
  • Bijzondere wateren en voorzieningen: neem aangewezen waterbergingslocaties, ecologische verbindingszones en/of ander natte natuur mee in de planvorming.

Daarnaast hanteert het waterschap de voorkeursvolgorde hergebruik – vasthouden (infiltratie) – bergen (retentie) - afvoeren.

Er heeft verschillende malen overleg met het waterschap plaatsgevonden. Het laatste overleg heeft op 24 maart 2010 plaatsgevonden. De opmerkingen van het waterschap die betrekking hadden op het bestemmingsplan zijn verwerkt. Hierna heeft het waterschap haar akkoord gegeven op de waterparagraaf.

5.5.2 Huidige situatie

Topografie en landgebruik

Topografie en landgebruik

De zuidelijke structuurweg wordt gerealiseerd in het landelijk gebied ten zuiden van de kern Beuningen. De gronden zijn op dit moment in agrarisch gebruik. Op de onderstaande afbeelding (bron www.ahn.nl) is de A73 duidelijk herkenbaar door de hogere ligging ten opzichte van het gebied ten zuiden ervan. De Wilhelminalaan loopt van de A73 in de richting van Elsenpas af van 13 naar circa 7,5 m+NAP. De Elsenpas ligt vanaf Wilhelminalaan tot aan Schoenaker op een hoogte van circa 7,5 m+NAP.

afbeelding "i_NL.IMRO.0209.BPzstructuurweg-vadf_0001.png"

Bodem en grondwater

Op de Bodemkaart van Nederland is het plangebied gekarteerd als Kalkloze Poldervaaggrond, bestaande uit zware klei. Deze gronden liggen langs rivieroevers of geulen en staan/stonden in open verbinding met de rivier. Bij overstroming is materiaal afgezet. Door de geringe ouderdom is nog zeer weinig bodemvorming opgetreden. Uit de provinciale Wateratlas van Gelderland blijkt dat hier mogelijk pleistoceen zand op 1 à 2 m-mv aanwezig is. Dit houdt in dat bij het aanleggen van de nieuwe A-watergang onderzocht dient te worden of maatregelen tegen opbarsting genomen dienen te worden, alsmede om de watergang watervoerend te houden.


De gekarteerde grondwatertrap is V*. Hierbij is de GHG (Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand) 0,25 - 0,4 m-mv. De GLG (Gemiddelde Laagste Grondwaterstand) bedraagt meer dan 1,2 m-mv.

Oppervlaktewater

In het plangebied zijn diverse watergangen gelegen. Op afbeelding 4.1 zijn de watergangen opgenomen (bron: Keur, website waterschap Rivierenland). In rood is de ligging van de zuidelijke structuurweg globaal aangegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0209.BPzstructuurweg-vadf_0002.png"

De Zuidelijke Structuurweg kruist 2 peilvakken de peilvakken MWO5 (zp NAP+5,95 m, wp NAP+5,75 m) en MWO6b (zp NAP +6,60 m/wp NAP +6,30 m) van het peilgebied Bloemers. Peilvak MWO6b beslaat het gedeelte ten noorden van de Elsenpas (met uitzondering van watergang 094235C). Watergang 094235C behoort, net als het gedeelte ten zuiden van de Elsenpas tot peilvak MOW5.

In het westen kruist de zuidelijke structuurweg een A watergang: 095577 A. Parallel aan de Schoenaker zijn de watergangen 095520 C, 094863 C en 094864 C gelegen. Parallel aan de Wilhelminalaan is watergang 094255 C gelegen. Watergang 094235 C ligt parallel aan de Elsenpas.

Regionale waterberging

Het plangebied ligt op de rand van de zoekruimte voor regionale waterberging, als opgenomen in het Streekplan. Op 16 februari 2009 is tussen gemeente en waterschap afgestemd dat deze zoekzone niet meer van kracht is. Er zijn geen beperkingen vanuit de zoekzone voor het plangebied. Het Waterschap Rivierenland heeft de regionale waterberging op een andere wijze geregeld en vastgelegd in een normenstudie voor Land van Maas en Waal.

5.5.3 Toekomstige situatie

De realisatie van de ZSW heeft een effect op de waterhuishouding. Dit effect dient volgens de regels van waterschap Rivierenland gecompenseerd te worden. Het effect wordt enerzijds veroorzaakt door het toenemen van verhard oppervlak. Ter plaatse van dit nieuwe verharde oppervlak infiltreert geen hemelwater meer in de bodem, maar komt tot afstroom naar de omgeving. Daarnaast dient ten behoeve van de realisatie van de ZSW een aantal C-watergangen gedempt te worden. Het bergend vermogen in deze C-watergangen dient in hetzelfde peilvak terug gebracht te worden. In de onderstaande paragraven wordt nader ingegaan op deze compensatie.

Wijze compensatie verhard oppervlak

Langs het tracé van de Zuidelijke structuurweg wordt aan één zijde, aan de noordzijde van de ZSW, een A-watergang gerealiseerd. Waar ook een parallelweg aanwezig is, komt de watergang tussen de parallelweg en de zuidelijke structuurweg in te liggen. Deze watergang heeft een totale lengte van 560 m. In deze watergang is voldoende berging aanwezig om de toename van het verharde oppervlak en verloren gaande berging door demping opgenomen. Hier wordt verder in de waterparagraaf nader op in gegaan.

Afwatering

Omdat een dakprofiel is voorzien, wordt het water naar twee zijden afgevoerd. Aan een zijde van de weg wordt het water op de berm afgevoerd. Vanaf de andere zijde wordt het water middels kolken en een verzamelleiding opgevangen die weer is aangesloten op de te realiseren A-watergang. In de bermpassage kan het hemelwater kan infiltreren en vertraagd afgevoerd kan worden naar oppervlaktewater. Verontreinigingen worden gehecht aan de humeuze en lutumrijke delen en komen niet in het oppervlaktewater. In de nieuwe A-watergang langs de ZSW is voldoende berging gerealiseerd om de toename van het verharde oppervlak te compenseren.

In het plan zijn twee kruispunten aanwezig op de kruising van de Schoenaker en de Wilhelminalaan. Omdat de kruispunten hoogstwaarschijnlijk met kantopsluitingen worden aangelegd, kan het hemelwater niet oppervlakkig naar de berm afstromen. Op deze plaatsen wordt het hemelwater ook met kolken opgevangen en via een verzamelleiding afgevoerd naar de nieuwe A-watergang.

Eisen A watergang

Berging van hemelwater vindt plaats op het oppervlaktewater. Deze oppervlaktewateren worden opgenomen in de legger van waterschap Rivierenland. Bij de ZSW is voor een A-watergang gekozen. Voor de watergangen gelden de volgende randvoorwaarden:

  • Het talud moet minimaal een schuinte hebben van 1:2, bij uitzondering, met goede onderbouwing en na goedkeuring van het waterschap, kan lokaal afgeweken worden naar een talud 1:1,5 (indien nodig met toepassing van klei in het talud).
  • Bodembreedte is minimaal 0,7 m.
  • Bodemhoogte A watergang 1 meter onder zomerpeil.

Uit de provinciale Wateratlas van Gelderland blijkt dat hier mogelijk pleistoceen zand op 1 à 2 m-mv aanwezig is. Dit houdt in dat bij het aanleggen van de nieuwe A-watergang onderzocht dient te worden of maatregelen tegen opbarsting genomen dienen te worden, alsmede om de watergang watervoerend te houden.

Behoud werking huidig oppervlaktewatersysteem

Belangrijk uitgangspunt voor de toekomstige situatie is ook dat het huidig functioneren van het huidige oppervlaktewatersysteem niet mag verslechteren. De bestaande watergangen in het gebied worden behouden. Ook de afwatering dient gewaarborgd te worden door middel van duikers of andersoortige constructies.

Demping watergangen

Zoals hierboven vermeld, dient bij demping de verloren gaande waterberging te worden gecompenseerd in hetzelfde peilvak. Van de te dempen watergangen is de verloren gaande berging bepaald op basis van een schattting (tijdens veldbezoek) van de afmetingen van de watergangen. Dit omdat ingemeten gegevens niet voorhanden zijn. De verloren gaande berging bedraagt circa 142 m³. Hierbij zijn de te dempen C-watergangen langs de Wilhelminalaan, ten noord en zuiden van de bestaande Elsenpas meegenomen. Er is gerekend met 0,3 m boven zomerpeil. Van droogvallende watergangen is eveneens een waterschijf van 0,3 m berekend die gecompenseerd dient te worden.

Wegpeil, ontwatering en drooglegging

De ontwatering is de afstand van de hoogste grondwaterstand in een jaar tot aan het maaiveld (in dit geval wegpeil). Onder drooglegging wordt de afstand tussen het maximale waterpeil en het maaiveld (in dit geval wegpeil) verstaan.

Wegpeil

De Zuidelijke Structuurweg ligt op een hoogte van 8,0 m+NAP. De kruising met de Wilhelminalaan ligt op 9,4 m+NAP.

Ontwatering

Voor een primaire weg als de zuidelijke structuurweg is een minimale ontwatering van 1,0 m nodig om de stabiliteit van het wegdek te waarborgen. De huidige ontwatering is gezien de voorkomende grondwatertrappen in relatie tot het wegpeil voldoende.

Ter plaatse van de weilanden wordt op basis van de Bodemkaart een GHG verwacht tussen 0,25 en 0,4 m-mv. De ZSW ligt circa 1,0 m hoger dan deze weilanden. De ontwatering ter plaatse van de ZSW is daarmee circa 1,25 tot 1,4 m.

Drooglegging

Bij de drooglegging wordt het wegpeil bekeken ten opzichte van zomerpeil. Voor het gedeelte langs de Wilhelminalaan is het zomerpeil 6,6 m+NAP. De drooglegging hier is minimaal 1,0 m. Aan de Elsenpas is het zomerpeil 5,95 m+NAP. De drooglegging is hierdoor circa 2,0 m. Voor beide gevallen geldt dat de drooglegging voldoet aan de minimale drooglegging die wordt gesteld door het waterschap (0,7 m).

Waterkwaliteit

Het afstromende hemelwater is door de hoge verkeersintensiteit vervuild met PAK en olie. Om de waterkwaliteit van het oppervlaktewater te bewaken, wordt het afstromende wegwater zoveel mogelijk niets rechtstreeks geloosd op de watergang, maar via een zuiverende voorziening.

Langs het tracé wordt hiertoe een bermpassage aangelegd. Het hemelwater van de noordelijke rijbaan van de ZSW stroomt via de bermpassage naar het oppervlaktewater, waar tevens berging wordt gerealiseerd. In deze bermpassage wordt het hemelwater geïnfiltreerd en vertraagd afgevoerd, maar ook bezinken verontreinigingen en worden ze gebonden aan de humeuze delen en de lutumfractie.

Het hemelwater van de zuidelijke rijbaan van de ZSW wordt nu middels kolken en leidingen direct afgevoerd naar de A-watergang. Op deze directe lozing is het interimbeleid van het waterschap van toepassing. Dit interimbeleid is opgesteld omdat de nieuwe waterwetgeving, waarin eisen worden gesteld aan de waterkwaliteit van het te lozen water, op dit moment nog niet is vastgesteld. Het waterschap heeft vooruitlopend hierop in haar interim beleid opgenomen dat geen zuiverende voorzieningen voor rechtstreekse lozing worden voorgeschreven. Maar wanneer er rechtstreekse lozingen plaatsvindt dient ruimte voor een locatie voor een “mechanisch filter” beschikbaar gehouden te worden om deze in een later stadium alsnog te kunnen realiseren. Daarbij wordt het aantal lozingspunten op oppervlaktewater zo klein mogelijk gehouden.

5.5.4 Globale uitwerking berging en bodempassage

Zuidelijke structuurweg

In de hemelwatervoorziening wordt de toename van het verharde oppervlak (circa 1,56 ha) gecompenseerd volgens het beleid van waterschap Rivierenland. Daarbij is 0,66 ha toe te schrijven aan het kruispunt Schoenaker en 0,29 ha aan het kruispunt Wilhelminalaan. De tussengelegen verhardingen van de zuidelijke structuurweg bedragen 0,61 ha.

De hoeveelheid compensatie berging wordt berekend aan d ehand van de richtlijnen van waterschap Rivierenland. Daarbij is een neerslaggebeurtenis van eens per 10 jaar, inclusief 10% klimaatsverandering, maatgevend (436 m³/ha verhard oppervlak). Deze neerslaggebeurtenis mag maximaal 0,3 m peilstijging boven het zomerpeil veroorzaken.

De waterberging moet ook voldoen aan een T=100 +10% situatie waarbij de waterstand mag stijgen tot aan maaiveld. De T=10+10% situatie is doorgaans maatgevend boven de T=100+10% situatie.

afbeelding "i_NL.IMRO.0209.BPzstructuurweg-vadf_0003.png"

De wateropgave bij dit plan is tweeledig: de toename van het verharde oppervlak dient gecompenseerd te worden, alsmede de verloren gaande berging door demping van C-watergangen. De wateropgave komt hiermee op:

  • Toename verhard oppervlak: 680 m³
  • Verloren gaande berging door demping: 142 m³

In de 560 m lange watergang is tussen 5,95 m+NAP (zomerpeil) en 6,25 m+NAP (maximale peilstijging 0,3 m) een berging beschikbaar van 860 m³. De benodigde berging bedraagt 822 m³. In het plan is daarmee voldoende waterberging beschikbaar om aan de wateropgave te voldoen.

Nieuwe parallelweg zuidzijde

Aan de zuidzijde van de parallelweg wordt een greppel aangelegd ter aanduiding van de kavelgrens, ter afwatering van het perceel aan de zuidzijde en ter opvang van het water dat afstroomt van de zuidelijke parallelweg. De greppel dient voldoende groot te zijn om dit water op te kunnen vangen. Voor het verharde oppervlak van de nieuwe parallelweg aan de zuidzijde wordt geen zuiverende voorziening buiten de bermpassage voorzien. De verkeersintensiteit op deze weg is zo laag, dat het water niet van dusdanig slechte kwaliteit zal zijn dat een aanvullende zuivering noodzakelijk is.